Glossário
Explicação de termos médicos
81 termos de uso comum relacionados à haloterapia, terapia com sal, vias respiratórias, sistema imunológico e problemas de pele — explicados de forma clara para leitores sem formação médica.
A
- Allergie
- Overgevoelige reactie van het immuunsysteem op stoffen zoals pollen, huisstofmijt, dieren of schimmels.
- Allergische rhinitis
- Medische term voor allergische neusklachten, zoals bij hooikoorts of huisstofmijtallergie.
- Antibacteriële werking
- Werking tegen bacteriën. Zout en chlorideprocessen worden in sommige onderzoeken gekoppeld aan natuurlijke antibacteriële afweer.
- Astma
- Chronische aandoening waarbij de luchtwegen gevoelig en ontstoken kunnen zijn. Dit kan leiden tot benauwdheid, piepen, hoesten en kortademigheid.
- Atopische huid
- Een huid die gevoelig is voor allergische of ontstekingsreacties, zoals bij eczeem.
- Auto-immuunziekte
- Aandoening waarbij het immuunsysteem lichaamseigen weefsel aanvalt.
B
- Balneotherapie
- Behandeling met mineraalrijk water, modder of baden, vaak bij huidklachten, pijn of herstel.
- Behandelruimtebeleving
- Hoe iemand de ruimte ervaart: rust, comfort, luchtkwaliteit, ontspanning en gevoel van veiligheid.
- Benauwdheid
- Drukkend of beklemmend gevoel bij het ademen. Komt vaak voor bij astma, COPD, allergie en infecties.
- Bijholten
- Holtes rondom de neus en ogen. Ze staan in verbinding met de neus en kunnen ontstoken raken.
- Bovenste luchtwegen
- De neus, keel en bijholten.
- Bronchiale provocatietest
- Longtest waarbij wordt gekeken hoe gevoelig de luchtwegen reageren op bepaalde prikkels.
- Bronchiëctasieën
- Blijvende verwijding en beschadiging van de bronchiën. Hierdoor blijft slijm makkelijker vastzitten en kunnen terugkerende infecties ontstaan.
- Bronchiën
- De grotere luchtwegen in de longen die lucht naar de longblaasjes brengen.
- Bronchiolitis
- Infectie van de kleine luchtwegen, vooral bij baby's en jonge kinderen. Het kan benauwdheid, hoesten en slijm veroorzaken.
- Bronchitis
- Ontsteking van de bronchiën. Dit kan acuut of chronisch zijn.
C
- Chloride-ionen
- Een onderdeel van zout. Chloride speelt in het lichaam een rol bij vochtbalans, slijm, celwerking en bepaalde afweerprocessen.
- Chronische bronchitis
- Langdurige ontsteking van de bronchiën, vaak met veel hoesten en slijm.
- Chronische sinusitis
- Langdurige of steeds terugkerende bijholteontsteking.
- COPD
- Chronische longziekte waarbij ademen moeilijker wordt. Klachten zijn vaak kortademigheid, hoesten, slijm en verminderde longfunctie.
- COVID-19
- Infectieziekte veroorzaakt door het coronavirus SARS-CoV-2. Kan klachten geven aan neus, keel, luchtwegen en longen.
- Cystic fibrosis / taaislijmziekte
- Erfelijke aandoening waarbij slijm in onder andere de longen taai en dik wordt. Dit kan leiden tot infecties, hoesten en verminderde longfunctie.
D
- Dode Zee-zout
- Mineraalrijk zout uit de Dode Zee. Wordt vaak onderzocht bij droge huid, eczeem en huidbarrière.
- Droge zoutaerosol
- Zeer fijne droge zoutdeeltjes die door de lucht zweven en kunnen worden ingeademd. Dit is een belangrijk onderdeel van professionele halotherapie.
E
- Eczeem
- Ontstekingsreactie van de huid met roodheid, jeuk, droogheid, schilfering of kloofjes.
G
- Gorgelen
- Het spoelen van de keel met vloeistof, bijvoorbeeld zoutoplossing.
H
- Halotherapie
- Behandeling waarbij fijne droge zoutdeeltjes worden ingeademd in een speciale zoutkamer. Het wordt gebruikt ter ondersteuning van luchtwegen, huid en ontspanning.
- HOCl / hypochloorzuur
- Een stof die het lichaam zelf kan maken via afweercellen. HOCl helpt bij het bestrijden van bacteriën, virussen en andere micro-organismen.
- Hoesten
- Reflex waarmee het lichaam slijm, prikkels of stof uit de luchtwegen probeert te verwijderen.
- Hooikoorts
- Allergische reactie op pollen. Klachten zijn vaak niezen, jeukende ogen, loopneus, verstopte neus en benauwdheid.
- Huidbarrière
- De beschermlaag van de huid. Een sterke huidbarrière helpt vocht vasthouden en beschermt tegen prikkels van buitenaf.
- Hydratatie van de huid
- De hoeveelheid vocht in de huid. Een goed gehydrateerde huid voelt soepeler en minder droog aan.
- Hypertone zoutoplossing
- Vloeibare zoutoplossing met een hoge zoutconcentratie. Wordt vaak onderzocht bij neusspoeling, gorgelen, verneveling en slijmafvoer.
- Hypertoon zout
- Een zoutoplossing met meer zout dan normaal lichaamsvocht. Dit kan helpen om vocht naar het slijm te trekken, waardoor taai slijm dunner kan worden.
- Hypertoon-zouttest
- Test waarbij hypertoon zout wordt gebruikt om luchtwegreactiviteit te meten.
I
- Immuunsysteem
- Het afweersysteem van het lichaam. Het beschermt tegen virussen, bacteriën, schimmels en andere indringers.
- Inhalatie
- Het inademen van een stof, bijvoorbeeld zoutdeeltjes of zoutoplossing.
- Interferon
- Signaalstof van het immuunsysteem die belangrijk is bij de afweer tegen virussen.
K
- Kaliumzout
- Zout waarin kalium een belangrijke rol speelt. Sommige onderzoeken kijken naar natuurlijke kaliumzouten bij therapeutische toepassingen.
- Keelklachten
- Klachten zoals keelpijn, irritatie, slijm in de keel of kriebelhoest.
- Kortademigheid
- Het gevoel dat ademen moeilijk gaat of dat iemand lucht tekortkomt.
L
- Longfunctie
- Hoe goed de longen werken, bijvoorbeeld hoeveel lucht iemand kan in- en uitademen.
- Longrevalidatie
- Begeleiding en training om ademhaling, conditie en dagelijks functioneren te verbeteren bij longklachten.
- Luchtionen
- Elektrisch geladen deeltjes in de lucht. Ze worden onderzocht in relatie tot luchtkwaliteit, stemming en ontspanning.
- Luchtkwaliteit
- De samenstelling en zuiverheid van de lucht, bijvoorbeeld in een behandelruimte of zoutkamer.
- Luchtwegen
- De delen van het lichaam die betrokken zijn bij ademhalen, zoals neus, keel, luchtpijp, bronchiën en longen.
- Luchtwegslijmvlies
- De beschermende binnenlaag van neus, keel, bronchiën en longen. Dit slijmvlies helpt stof, prikkels en ziekteverwekkers tegen te houden.
M
- Macrofagen
- Afweercellen die ziekteverwekkers opruimen en ontstekingsreacties helpen sturen.
- Microklimaat
- De specifieke luchtkwaliteit, temperatuur, luchtvochtigheid en deeltjesverdeling in een behandelruimte.
- Mineraalzout
- Zout dat naast natriumchloride ook andere mineralen kan bevatten, zoals magnesium, kalium of calcium.
- Myeloperoxidase / MPO
- Enzym in afweercellen dat helpt bij het maken van stoffen die bacteriën en andere indringers kunnen bestrijden.
N
- Natriumchloride
- De chemische naam voor keukenzout. Het bestaat uit natrium en chloride.
- Natuurlijke afweer
- De bescherming die het lichaam van zichzelf heeft tegen ziekteverwekkers.
- Neusspoeling
- Het spoelen van de neus met een zoutoplossing om slijm, allergenen, korstjes of prikkels te verwijderen.
- Neutrofielen
- Afweercellen die snel reageren op infecties en een belangrijke rol spelen bij het bestrijden van bacteriën.
- NLRP3
- Onderdeel van het immuunsysteem dat betrokken is bij ontstekingsreacties. Wordt vaak onderzocht bij chronische ontsteking.
O
- Onderste luchtwegen
- De luchtpijp, bronchiën en longen.
- Ontsteking
- Reactie van het lichaam op irritatie, schade of infectie. Ontsteking kan nuttig zijn, maar kan bij chronische klachten ook problemen veroorzaken.
- Ontstoken luchtwegen
- Luchtwegen die geïrriteerd of ontstoken zijn. Dit kan leiden tot hoesten, slijm, benauwdheid of pijn op de borst.
- Osmose
- Natuurlijk proces waarbij vocht wordt aangetrokken naar een plek met meer zout of opgeloste stoffen. Bij hypertoon zout kan dit helpen om slijm vochtiger en dunner te maken.
- Oxidatieve stress
- Situatie waarin reactieve stoffen in het lichaam schade kunnen veroorzaken als ze niet goed in balans zijn.
P
- Post-COVID
- Klachten die blijven bestaan na een COVID-19-infectie, zoals vermoeidheid, kortademigheid of verminderde conditie.
S
- SGK1
- Enzym dat betrokken is bij zoutbalans en bepaalde immuunprocessen.
- Sinusitis
- Ontsteking van de bijholten. Dit kan zorgen voor verstopte neus, druk op het gezicht, hoofdpijn en slijm.
- Slijm losmaken
- Het dunner of beweeglijker maken van slijm, zodat het makkelijker kan worden opgehoest of afgevoerd.
- Slijmafvoer via de trilharen
- Het natuurlijke systeem waarmee kleine trilhaartjes in de luchtwegen slijm, stof en ziekteverwekkers naar buiten werken.
- Speleotherapie
- Behandeling in natuurlijke grotten of zoutmijnen, waarbij het microklimaat van de ruimte onderdeel is van de therapie.
T
- Taai slijm
- Dik, vastzittend slijm dat moeilijk loskomt. Dit komt vaak voor bij chronische luchtwegklachten.
- Terugkerende luchtweginfecties
- Luchtweginfecties die regelmatig terugkomen, bijvoorbeeld bij gevoelige luchtwegen of verminderde afweer.
- TH17-cellen
- Specifieke afweercellen die betrokken kunnen zijn bij ontsteking en auto-immuunprocessen.
- Trilharen
- Kleine haartjes in de luchtwegen die helpen om slijm en vuil af te voeren.
V
- Vastzittend slijm
- Slijm dat moeilijk loskomt en niet goed wordt afgevoerd.
- Verkoudheid
- Veelvoorkomende virale infectie van neus en keel. Klachten zijn onder andere loopneus, verstopte neus, keelpijn en hoesten.
- Verneveling
- Het omzetten van vloeistof in fijne druppeltjes die kunnen worden ingeademd.
- Verstopte neus
- Een neus die dichtzit door zwelling, slijm, allergie of ontsteking.
Z
- Zoutaerosol
- Fijne zoutdeeltjes of zoutdruppeltjes in de lucht. Dit kan droog zout zijn, zoals in een zoutkamer, of vloeibare zoutnevel, zoals bij verneveling.
- Zoutbelasting
- Hoge hoeveelheid zout in het lichaam, bijvoorbeeld via voeding. Dit is iets anders dan gecontroleerde lokale zouttoepassing of halotherapie.
- Zoutkamer
- Behandelruimte waarin fijne droge zoutdeeltjes in de lucht worden verspreid. Bezoekers ademen deze zoutlucht rustig in terwijl ze ontspannen zitten.
- Zouttherapie
- Algemene naam voor behandelingen waarbij zout wordt gebruikt, bijvoorbeeld via een zoutkamer, zoutaerosol, neusspoeling of zoutoplossing.
Experimente o efeito da haloterapia por si mesmo
A sua primeira sessão é gratuita e sem compromisso. Descubra o que a sala de sal pode fazer por si.