CONCLUSIES ONDERZOEK ENQUÊTE HALOCLINIC NEDERLAND

HaloClinic Nederland – eigen cliëntenenquête, 2017. Origineel document uit 2017, ongewijzigd overgenomen; persoonlijke ervaringen van deelnemers, geen medische belofte. Dit is niet het latere onderzoek van VU Amsterdam.
In 2017 heeft HaloClinic Nederland onder haar cliënten een enquête uitgevoerd naar hun ervaringen met halotherapie. In dit artikel publiceren we de conclusies en resultaten van deze enquête.
Aanleiding en doel van de enquête
Inleiding
Met het inmiddels zevenjarig bestaan van Haloclinic Nederland (met vestigingen in Zaandam en Heemstede) deed voor de stichter en manager Ran Derei zich steeds urgenter de noodzaak voelen om ook met harde gegevens de effectiviteit van de Halotherapie aan te tonen. Dat inderdaad over de werkzaamheid van deze therapie mag worden gesproken tonen de decennia lange ervaringen op van de Halotherapie in Rusland, Wit Rusland, Engeland, Duitsland, Australië, Canada en Israël aan. Deze ervaringen worden ook door wetenschappelijk onderzoek gestaafd.
De effectiviteit van de Halotherapie in Zaandam en Heemstede wordt in de eerste plaats onderschreven door de vele positieve berichten die de vele bezoekers aan beide klinieken, inmiddels zo’n 6.000 in totaal, melden. Veelal betreft het patiënten met een variëteit aan ademhalingsmoeilijkheden, die het pad van de reguliere medische zorg bewandelden, daar onvoldoende soelaas ondervonden en die, ten langen leste, wel genezing vonden in deze vorm van alternatieve zorg. Dure medicijnen met slechts beperkt effect konden worden ingeruild voor de veel werkzamere en tegelijkertijd veel goedkopere halotherapie.
Juist om de werkzaamheid van de therapie ook cijfermatig aantoonbaar te maken werd gekozen voor de opzet van een enquête waaraan, in de maand mei 2017, 104 bezoekers bereid waren deel te nemen. Aan deze respondenten werd gevraagd of men gebruik had gemaakt van de halotherapie, aan welke aandoening(en) men leed, hoeveel ziektedagen per jaar men voor en na de therapie telde en de frequentie van bezoek van huisarts of specialist voor en na de therapie. Op dezelfde manier waren er vragen naar het gebruik van medicijnen en, in navolging op de vraag naar het aantal ziektedagen, een vraag naar de hoeveelheid verzuimdagen op het werk. Ten slotte werden de respondenten bevraagd op hun eigen (kwalitatieve) ervaringen. De vragenlijst voorzag niet in de bevraging van de respondenten op persoonskenmerken als geslacht, leeftijd, opleiding, werkkring, inkomenshoogte of woonplaats. Daarop is wellicht te stellen dat de beantwoording daarvan, gegeven het kleine aantal respondenten, geen conclusies in algemener zin zouden hebben bewerkstelligd. Hierbij past evenzo de opmerking dat de respondenten in kwestie allen gebruiker van de therapie waren. Een wetenschappelijk betrouwbaarder onderzoek, zie hiervoor vooral de Russische en Angelsaksische literatuur over de behandeling van ademhalingsaandoeningen door halotherapie, voorziet eveneens in deelname van een controlegroep van niet-gebruikers. Deze literatuur gewaagt van een verbetering van het welbevinden van de gebruikers van de zouttherapie in vergelijking tot de niet-gebruikers. Daarnaast suggereert deze literatuur een afname van reguliere medicatie. Het verdient daarom aandacht dit effect hier ook te meten.
Vraagstelling
Voor hier is dus spannend om na te gaan of de halotherapie bijdraagt aan de bestrijding van de aandoening aan luchtwegen of huid en daarmee bijdraagt aan een betere gezondheid en naar wij hopen, een toename aan kwaliteit van leven. Meetpunten in deze enquête zijn daarbij het aantal ziektedagen, het aantal bezoeken aan huisarts en/of specialist, de hoeveelheid medicijngebruik en het aantal verzuimdagen van het werk vóór en na de therapie. Als laatste worden de respondenten bevraagd op hun ervaringen naar aanleiding van de therapie (kwalitatieve vraag).
Resultaten representatief?
Met dit in eigen beheer gedane onderzoek door Haloclinic Nederland heeft de heer Derai niet de pretentie om met deze resultaten in eniger mate conclusies te trekken over de totaalgroep van 6.000 bezoekers de afgelopen vijf jaar. Ook zij vermeld dat de respondenten hier zijn uitgekozen op hun bereidheid de vragenlijst in te vullen. Er was geen sprake van een at random steekproef uit het totaalbestand van 6.000. Dus kan er niets gezegd worden over de representativiteit van de 104 deelnemers aan het onderzoek. Met dit gegeven moet rekening gehouden worden met een mogelijke vertekening ten gunste van de halotherapie. Deze omstandigheid vormt een pleidooi voor een herhaald onderzoek waarbij aan eisen van betrouwbaarheid, validiteit, representativiteit en zo meer deugd wordt gedaan.
Deelnemers
Bezoek aan de Haloclinic en het gebruik van de therapie
Op deze vraag beantwoorden alle 104 respondenten positief. Men heeft én de kliniek bezocht en de therapie ondergaan. Omdat geen vraag is gesteld naar het aantal sessies (!) die men heeft ondergaan is geen exact verband te leggen tussen frequentie en werkzaamheid van de therapie. In een navolgend onderzoek, bij voorkeur ook met een controlegroep waarbij vragen naar persoonskenmerken er dan ook toe doen, is het beslist de moeite waard een vraag naar het aantal sessies op te nemen. Bij een controlegroep zou het bij voorbeeld kunnen gaan om patiënten met ademhalingsproblemen en/of huidaandoeningen die in behandeling zijn bij huisarts of specialist en van uit dien hoofde gebruiker zijn van reguliere medicatie.
Resultaten
Frequentie van aandoeningen
Welke ziekte?
Bij beantwoording van deze vraag voorzag de enquête in 16 keuzemogelijkheden, waarbij het toegestaan was meer dan één optie aan te klikken. Hieronder volgt een getalsmatige opsomming waarbij duidelijk mag zijn dat vele van de responderende bezoekers (104) aan meer dan één aandoening leden.
Astma (permanente ontstekingen in de longen): 37
COPD (blokkade in de longen als bij longemfyseem en chronische bronchitis): 27
Longemfyseem (chronische ziekte met voor longblaasjes onherstelbare schade): 6
(Chronische) bronchitis (vertakkingen in de luchtwegen blijvend ontstoken): 21
Bronchiëctasieën (delen van longen zijn blijvend verwijd en/of geïrriteerd): 4
Bijholteontsteking of sinusitis (bijholte- of voorhoofdsholteontsteking): 19
Cystic Fibrosis (erfelijke en ongeneeslijke taalslijmziekte): 0
Sarcoïdose (auto-immuunziekte met spontane ontstekingen in weefsels en organen): 0
Acute/chronische ontstekingen en aandoeningen: 11
Acute/chronische hoestverschijnselen: 12
Holteontsteking in voorhoofd, neus of bijholte (zie ook hierboven): 19
Hooikoorts en allergieën: 27
Eczeem (ontstekingsreactie van de huid die dan rood ziet en kan jeuken): 19
Psoriasis (chronische huidaandoening): 8
Acne (jeugdpuistjes): 0
Overige: 6
Zoals de cijfersommatie blijkt komt astma het meest voor (totaal 37), gevolgd door COPD (totaal 27), hooikoorts en allergieën (totaal 27) en (chronische) bronchitis (totaal 21). De vraag naar COPD [zie 2.] kan verwarrend werken omdat deze onmiddellijk wordt gevolgd door respectievelijk de vraag naar longemfyseem [zie 3.] en (chronische) bronchitis [zie 4.]. Toch is de moeite waard om te zien dat met betrekking tot COPD (totaal 27) bronchitis veel meer voorkomt (totaal 21) dan longemfyseem (totaal 6). Of melden respondenten een combinatie van beide? De vraag naar de bijholte-, neusholte- of voorhoofdsholteontsteking wordt twee keer gesteld [zie 6. en 11]. In beide gevallen is het antwoord dan ook totaal 19. Huidaandoeningen als eczeem en psoriasis scoren lager. Er zijn geen respondenten met ziekten als Cystic Fibrosis, sarcoïdose en acne. Het is niet duidelijk in hoeverre de antwoorden op sarcoïdose en acute/chronische ontstekingen samenvallen omdat het om eenzelfde aandoening kan gaan [zie 8. En 9.]. Bij overige aandoeningen [vraag 16.] bedraagt de score 6, maar is niet bekend welke ziekte in het geding is.
Een of meer ziekten (luchtwegen en/of huid)?
Bij een sommatie van de aandoeningen bij respondenten is het de moeite na te gaan in hoeverre er sprake is van combinatie van ziekten. Helemaal betrouwbaar is een dergelijke sommatie niet vanwege de dubbelvragen en mogelijk daaruit ontstane verwarring bij respondenten (zie hierboven). Desondanks geven de getallen een indicatie van de ernst van ziekten waaronder respondenten lijden:
1 gemelde aandoening: 33
2 gemelde aandoeningen: 38
3 gemelde aandoeningen: 19
4 gemelde aandoeningen: 12
5 gemelde aandoeningen: 2
De sommatie wordt veel betrouwbaarder wanneer men bereid is het totaal aan respondenten (104) te verdelen onder lijdend aan ziekten aan luchtwegen dan wel huidaandoeningen Dan blijkt de score als:
79 respondenten uitsluitend lijdend aan ziekten aan de luchtwegen
3 aan enkel huidaandoeningen
22 aan beide soorten van ziekten.
Ziektedagen, vóór en na de halotherapie
De enquête wordt spannend als er vragen worden gesteld naar het mogelijke effect van de halotherapie in termen van ziektedagen voor en na bezoek aan de Haloclinic. Hieronder volgt een staat met uitgebreide sommatie. Het aantal ziektedagen erna kan per bezoeker variëren. Er is voor gekozen dit in een gemiddelde uit te drukken. Hierbij zij ook te bedenken dat de enquêteur heeft gevraagd over welke periodes het artsenbezoek vóór en na de halotherapie zich uitstrekten, namelijk op jaarbasis, d.i. over een periode van een jaar. Exacter tijdsduur/precisering qua data is niet vastgesteld. Daarmee bieden de resultaten geen optimale zeggingskracht.
| Aantal ziektedagen vóór halotherapie | Aantal respondenten (n = 104) | Vermindering van het aantal ziektedagen na halotherapie (gemiddeld) |
|---|---|---|
| 0 | 34 | 0 |
| 2 | 2 | 1 |
| 4 | 2 | 1 |
| 5 | 2 | 0 |
| 6 | 1 | 0 |
| 7 | 1 | 0 |
| 10 | 6 | 3,5 |
| 12 | 2 | 2,5 |
| 14 | 3 | 4,6 |
| 17 | 1 | 5 |
| 20 | 3 | 5,6 |
| 21 | 1 | 5 |
| 24 | 2 | 6 |
| 25 | 1 | 5 |
| 26 | 1 | 11 |
| 28 | 1 | 14 |
| 30 | 6 | 4,6 |
| 33 | 1 | 8 |
| 42 | 1 | 7 |
| 45 | 1 | 10 |
| 50 | 1 | 10 |
| 75 | 1 | 70 |
| 80 | 1 | 0 |
| 84 | 1 | 24 |
| 88 | 1 | 0 |
| 90 | 1 | 40 |
| 100 | 2 | 1,5 |
| 120 | 1 | 65 |
| 160 | 1 | 10 |
| 250 | 1 | 12 |
| 360 | 1 | 200 |
| Ziektewet, afgekeurd/met pensioen/weet niet/n.v.t. | 22 |
Gemeten over de respondenten, die een getal aangaven = 82) is te spreken over een vermindering, dit suggereert een vooruitgang qua welbevinden, van gemiddeld 21,8 dagen. Meten wij het over het aantal respondenten dat de vraag positief beantwoordde (58 respondenten d.i. minus de 34 respondenten die 0 dagen vóór en na meldden en de 22 die geen getal aangaven), dan bedraagt het gemiddelde een vermindering van 30,8 dagen.
In het bijzonder is interessant na te gaan hoe fysieke vooruitgang (vermindering aantal ziektedagen) door het ondergaan van de halotherapie werkte bij bezoekers die voor behandeling 75 of meer ziektedagen meldden. Een gemiddelde score toont een vermindering ( vooruitgang) van 98,5 dagen. Daarbij zij ook opgemerkt dat het bij deze categorie bezoekers (11 in totaal) 2 respondenten 1 aandoening meldde, 5 respondenten 2 aandoeningen, 2 respondenten 3 aandoeningen en 2 respondenten 4 aandoeningen.
Van een aantal, dat op deze vraag geen kwantitatief antwoord gaf, vat het begrip ziektedagen op als verzuimdagen van hun werkkring. Zij gaven dat als zodanig aan of waren niet in staat om een getal te noemen. Betrokkenen lieten het bij aanduidingen als “weet ik niet meer”, “zit al langer dan twee jaar in de ziektewet”, “te veel maar nu een stuk minder”, “niet meer in staat om te werken”, “ik ben afgekeurd”, “gepensioneerd”, “in de herfst en wintermaanden regelmatig”, “vraag niet relevant omdat behandeling net is begonnen” en “weet ik niet”. Het verdient daarom aanbeveling na te gaan hoe alle respondenten antwoord geven op de vraag naar het aantal verzuimdagen van hun werkkring vóór en na de halotherapie. Verderop in de enquête wordt expliciet naar het aantal verzuimdagen gevraagd.
Aantal bezoeken aan huisarts of specialist vóór en na de halotherapie
Ook het verminderd raadplegen van huisarts en/of specialist is te beschouwen als een verbetering van het fysieke welbevinden. Wanneer van toepassing dan bewerkstelligt het bezoek aan de zoutkamer, als vorm van alternatieve gezondheidszorg, het effect dat men minder te rade gaat bij de reguliere medicus. Hieronder wordt dit cijfermatig aangegeven. Hierbij zij, ook hier, wel te bedenken dat de enquêteur heeft gevraagd over welke periodes het artsenbezoek vóór en na de halotherapie zich uitstrekten, namelijk op jaarbasis. Exacter tijdsduur/precisering qua data is niet vastgesteld. Daarmee bieden de resultaten geen optimale zeggingskracht.
| Aantal bezoeken aan arts vóór halotherapie | Aantal respondenten (n = 104) | Vermindering van het aantal bezoeken aan arts na halotherapie (gemiddeld) |
|---|---|---|
| 0 | 6 | 0 |
| 1 | 7 | 0,4 |
| 2 | 19 | 1,3 |
| 3 | 13 | 1,1 |
| 4 | 10 | 3,1 |
| 5 | 7 | 2,7 |
| 6 | 18 | 4,5 |
| 7 | 2 | 5 |
| 8 | 5 | 7,6 |
| 9 | 1 | 7 |
| 10 | 3 | 7 |
| 11 | 1 | 11 |
| 12 | 3 | 6,6 |
| 17 | 1 | 13 |
| 20 | 1 | 18 |
| 24 | 1 | 23 |
| 30 | 1 | 24 |
| 51 | 1 | 50 |
Ondanks de kritische observaties over de toegepaste onderzoeksmethodiek zijn de cijfers uit bovenstaande tabel veelzeggend, vooral als men kijkt naar de respondenten die gewend waren de arts frequent te bezoeken ( 10 bezoeken of meer). Betrokkenen, blijkt uit deze getallen, ondervinden de Haloclinic als duidelijk alternatieve steun voor verwerving van een betere gezondheid. Hun gemiddelde artsenbezoek is met 14,9 afgenomen. In het bijzonder valt de respondent op die vóór de halotherapie een bezoek aan de arts van 51 telde en dit na de therapie inruilde voor 1 bezoek. Hierbij gaan wij in beide gevallen uit van de in de vraagstelling verwoordde jaarbasis. Het resultaat van deze meting heeft de nodige maatschappelijke relevantie als men let op het verschil in kosten tussen het bezoek aan de arts en het ondergaan van de halotherapie. Hierbij past tegelijkertijd de kritische opmerking dat bezoek aan de arts veelal ofwel altijd wordt vergoed door de ziektekostenverzekering en deze voorziening vrijwel altijd bij bezoek aan de Haloclinic uitblijft.
Zo ook is het interessant na te gaan in welke mate de frequente bezoekers aan artsen (10 bezoeken of meer vóór halotherapie) leden aan meerdere aandoeningen van luchtwegen of huid. Zie onderstaande tabel.
| Aantal respondenten met frequent bezoek aan arts (10 bezoeken of meer vóór halotherapie) (n = 12) | Aantal aandoeningen aan luchtwegen | Aantal aandoeningen aan huid |
|---|---|---|
| 2 | 1 | |
| 4 | 2 | |
| 1 | 2 | 1 |
| 4 | 3 | |
| 1 | 3 | 2 |
Medicatiegebruik vóór en na de halotherapie
Het antwoord op deze vraag telde vier opties, waarop slechts één keuze mogelijk was. De sommatie van de antwoorden komt tot uitdrukking in onderstaande tabel. Deze meting is te beschouwen als een veelzeggende omdat deze een min of meer statische omstandigheid vóór en na de halotherapie in ogenschouw neemt. Ook in maatschappelijk opzicht is hierover het nodige te zeggen waarbij ook hier de observatie geldt dat medicijnen vrijwel altijd bekostigd worden door de ziektekostenverzekeraar maar dat dit niet of slechts beperkt het geval is bij het bezoek aan de Haloclinic.
| Aantal respondenten | Toegenomen | Gelijk gebleven | Verminderd | Gestopt | Geen antwoord |
|---|---|---|---|---|---|
| 104 | 0 | 22 | 34 | 23 | 25 |
Bij beantwoording is het eveneens de moeite waard om na te gaan met welk percentage eventuele verandering heeft plaats gevonden. Doordat toename uitbleef is sprake van gelijk blijven (vermindering van 0 %) of vermindering. Beëindiging van medicijngebruik impliceert een vermindering van 100 %. Een en ander levert dan onderstaande tabel op.
| Vermeld percentage vermindering | Aantal respondenten (n = 104) |
|---|---|
| 0 % | 22 |
| 10 % | 1 |
| 20 % | 1 |
| 25 % | 1 |
| 30 % | 3 |
| 33 % | 1 |
| 40 % | 3 |
| 45 % | 1 |
| 50 % | 9 |
| 60 % | 2 |
| 70 % | 1 |
| 75 % | 4 |
| 80 % | 5 |
| 90 % | 1 |
| 95% | 1 |
| 100 % | 23 |
| Niet beantwoord/weet ik niet/n.v.t. | 25 |
Opnieuw dient zich de vraag aan in hoeverre de meest in het oog springende categorie (in dit geval de respondenten die hun medicijngebruik met 100 % verminderden) het deden qua hoeveelheid aandoeningen, zowel qua luchtwegen als huid. De sommatie hier levert onderstaande tabel op.
| Aantal en soort van aandoening | Aantal respondenten (n = 23) met 100 % vermindering medicatie (gestopt) |
|---|---|
| 1 aandoening aan luchtwegen | 3 |
| 2 aandoeningen aan luchtwegen | 11 |
| 3 aandoeningen aan luchtwegen | 3 |
| 1 aandoening aan luchtwegen in combinatie met 1 aandoening aan huid | 2 |
| 2 aandoeningen aan luchtwegen in combinatie met 1 aandoening aan huid | 2 |
| 1 aandoening aan huid | 1 |
Gegeven dit wellicht niet zo verrassende resultaat is het effectiever de vraagstelling om te draaien en na te gaan hoe het staat met de meest ernstige patiënten (4 of meer aandoeningen). Hoe hebben zij het er van afgebracht qua in percentages uitgedrukte vermindering van medicatie, deze dan, indien van toepassing, uitgedrukt in een gemiddelde. Dit levert de hieronder afgebeelde tabel op.
| Aantal en soort van aandoening | Aantal respondenten (n =13) | (Gemiddeld) percentage vermindering |
|---|---|---|
| 3 aandoeningen aan luchtwegen en 2 aan huid | 2 | 65 % |
| 3 aandoeningen aan luchtwegen en 1 aan huid | 1 | 95 % |
| 4 aandoeningen aan luchtwegen | 7 | 45 % |
| Niet aangegeven | 3 |
Het mag voor zich spreken dat het hier slechts om een klein deel van de respondentenpopulatie gaat (1/8 deel ofwel 12,5 %), desondanks kan men spreken over een indrukwekkend resultaat (gemiddelde afname van 58,5 %), temeer als men denkt aan de hoeveelheid en de combinatie aan aandoeningen waaraan betrokkenen lijden. Juist dit resultaat vraagt om nader onderzoek, zodanig vormgegeven, dat daaruit geldige conclusies kunnen worden getrokken omtrent de werkzaamheid van de halotherapie.
Aantal verzuimdagen vóór en na de halotherapie.
De antwoorden op deze vraag moeten in combinatie met de eerdere vraag naar het aantal ziektedagen worden gezien. Het zal voor zich spreken dat de antwoorden zullen congrueren met de eerder gestelde vraag. Toch is beantwoording interessant vooral ook gegeven de sociaaleconomische relevantie van de resultaten. Niet enkel is het persoonlijk welbevinden van de respondenten in het geding maar komt het ook aan op hun maatschappelijke functioneren. Minder verzuimdagen raakt ook het belang van werkgever en samenleving.
| Aantal verzuimdagen vóór halotherapie | Aantal respondenten (n = 104) | Vermindering van het aantal verzuimdagen na halotherapie (gemiddeld) |
|---|---|---|
| 0 | 48 | 0 |
| 2 | 3 | 1,6 |
| 3 | 1 | 2 |
| 4 | 1 | 4 |
| 5 | 1 | 5 |
| 7 | 1 | 7 |
| 10 | 4 | 6,3 |
| 14 | 1 | 14 |
| 15 | 1 | 11 |
| 17 | 1 | 17 |
| 20 | 4 | 14,5 |
| 21 | 2 | 14 |
| 25 | 2 | 19 |
| 26 | 1 | 15 |
| 30 | 4 | 25,8 |
| 45 | 1 | 35 |
| 80 | 1 | 55 |
| 250 | 1 | 238 |
| 365 | 1 | 365 |
| Niet beantwoord/weet ik niet/ n.v.t. | 25 |
Evenals bij de vraag naar vermindering van het aantal ziektedagen is ook hier te letten op de categorie meest ernstige patiënten (ook hier gedefinieerd als patiënten met 75 of meer verzuimdagen) om na te gaan wat hun gemiddelde vermindering qua aantal ziektedagen bedraagt. Dit betreft dan het gegeven dat deze categorie bezoekers aan de Haloclinic na hun therapie een gemiddelde vermindering van 219 verzuimdagen ervoeren. Deze vermindering is nog dramatischer dan bij beantwoording van de vraag naar vermindering van het aantal ziektedagen bij deze categorie (gemiddelde vermindering met 98,5 dagen). Bij de drie in kwestie leden 2 respondenten aan 2 aandoeningen en 1 aan 4. Deze aandoeningen betroffen de luchtwegen.
Kwalitatieve antwoorden, welbevinden, verbetering van gezondheidssituatie
Cliëntreacties
Ten slotte beantwoordden de respondenten de vraag naar eigen ervaringen. Zij boden een rijk scala aan vooral positief welbevinden aan. Deze berichtgeving was te verdelen op achtereenvolgens een verbetering van algemeen welbevinden c.q. een grotere fitheid, minder griep en/of verkoudheid, een beter kunnen ademhalen c.q. minder benauwdheid, een verbeterde werking van ademhalingsorganen (neus bij voorbeeld), een verbeterde conditie van de huid, vermindering van allergie, minder slijm en/of verbetering van de werking van andere organen (bij voorbeeld met betrekking tot de spijsvertering). Respondenten duidden met hun verslaglegging vaak meer dan één verbetering aan.
| Soort van verbetering | Aantal respondenten (n = 104) |
|---|---|
| Geen verbetering | 1 |
| Algemeen welbevinden, grotere fitheid | 50 |
| Beter kunnen ademen/meer lucht | 28 |
| Minder hoesten en/of slijm | 8 |
| Minder verkoudheidgriep, hooikoorts en/of astma | 12 |
| Minder last van allergie | 2 |
| Betere werking van ademhalingsorganen (neus-, hoofd- en bijholten, bronchiën en/of longen)/minder of geen ontstekingen meer | 21 |
| Betere conditie van huid | 6 |
| Verbetering van werking andere organen | 1 |
| Therapie is te duur en/of zou vergoed moeten worden | 9 |
| Niet beantwoord/weet niet/n.v.t. | 1 |
Het totaal aantal reacties bedroeg 139. Slechts 2 respondenten bleven uit met een positieve reactie. De grootste categorie meldde de verbetering van het algeheel welbevinden. Een aantal daarvan verwoordde dat niet alleen qua lichamelijke maar daarmee ook wat betreft de mentale constitutie. Het effect in termen van beter kunnen ademen en een betere werking van de ademhalingsorganen wordt door een aantal respondenten expliciet benoemd.
Halotherapie in vergelijking tot de reguliere zorg; enige uitspraken
Een paar uitspraken verdienen aandacht omwille van de positieve werking van de halotherapie wanneer de reguliere medische zorg niet langer uitkomst biedt. Een respondent schrijft: “Na verschillende onderzoeken van de hoofdholtes bleek er volgens de reguliere geneeskunde geen oorzaak aan te wijzen voor de voortdurende slijmvorming in keel en neus. Ik kreeg een maagzuurremmer omdat men een vermoeden had van irritatie aan de slijmvliezen. De halotherapie geeft veel verlichting door minder schrapen en meer rust in de luchtwegen.” Een andere respondent schrijft: “Sinds ik één keer per week naar de Haloclinic ga, gebruik ik totaal geen puffers meer voor mijn astma. Die heb ik twintig jaar lang moeten nemen”. Een derde respondent meldt: “De astma-aanvallen waren minder heftig en duurden korter; ik was in staat gewoon door te werken terwijl ik anders thuis had gezeten. Medicatie was veel minder nodig dan zonder Haloclinic. Ik kreeg veel meer lucht.” Zo ook: “Mijn ervaring is dat ik meer lucht en kwaliteit van leven heb en ontstekingen minder kans krijgen. Halotherapie is voor mij de uitkomst. Voor minder medicatie, dus ook voor de zorg is de therapie besparend.” Evenzo schrijft een respondent: “In het begin, toen ik de halotherapie volgde, ging het steeds beter en was ik met de therapie gestopt én verder gegaan met het reguliere gebruik van medicijnen. Na een aantal maanden ging het weer slechter. De longspecialist adviseerde mij het gebruik van medicijnen te verdubbelen. Dit heb ik niet gedaan. In plaats daarvan ben ik weer twee keer per week naar de Haloclinic gegaan. Nu gaat het weer veel beter.” En een laatste citaat, waaruit zowel de kracht van de halotherapie versus de reguliere zorg als een pleidooi voor vergoeding door de zorgverzekeraar spreekt, luidt: “Mijn ervaring met de halotherapie is zeer, zeer positief. Gebruik nauwelijks nog medicatie en als het medicatie betreft, dan alleen een luchtwegverwijder Ventolin. Voorheen was het twee keer daags met Foster, elke dag weer, dag in, dag uit om me een beetje oké te voelen. Nu ga ik zo nu en dan nog naar de Haloclinic naar wat ik een onderhoud noem. Ik voel me er goed en energiek bij. Het zou fijn zijn als dokters en zorgverzekeraars er ook iets mee doen. Het zou een hoop mensen kunnen helpen. Ook zij die wat krapper bij kas zitten, kunnen dan ‘beter’ worden. Hoe fijn zou dit zijn. “
Conclusies
Belangrijkste conclusies
Hieronder volgen de bevindingen uit het onderzoek. Deze luiden als volgt:
De mogelijk gunstige effecten van de halotherapie worden operationeel gemaakt door bevraging naar de vermindering van achtereenvolgens het aantal ziektedagen, bezoek aan de huisarts en/of specialist, gebruik van medicijnen en het aantal verzuimdagen. Zo ook werd een vraag gesteld naar de persoonlijke ervaringen van bezoekers aan de Haloclinic.
Naast de vraag naar soort en het aantal aandoeningen werden geen verdere vragen gesteld naar de persoonskenmerken van de respondenten. Daarmee kan slechts worden gerapporteerd over de bevindingen van deze 104 respondenten en zijn geen verdere conclusies met betrekking tot het aantal bezoekers aan de Haloclinic de afgelopen vijf jaar mogelijk (zo’n 6.000 in totaal). Daarbij moet worden opgemerkt dat de keuze van respondenten werd geleid door hun bereidheid om aan de enquête deel te nemen. Er was geen sprake van een at random steekproef. Daarom lijkt een navolgend onderzoek, meer beantwoordend aan onderzoeksmethodische eisen van geldigheid en betrouwbaarheid, zo mogelijk te staven met een controlegroep, aanbevelingswaardig zodat er met meer representativiteit uitspraken kunnen worden gedaan.
Evenmin is gevraagd naar het aantal sessies halotherapie die respondenten hebben ondergaan, een toch niet onbelangrijk gegeven om de effectiviteit van de therapie te meten. Ook kan verwarring ontstaan over de lijst met genoemde aandoeningen, die deels in elkaar lijken over te lopen, waarmee een exacte weergave van het aantal aandoeningen, zelfs over het beperkte aantal respondenten, maar ten dele mogelijk is.
Astma en COPD (blokkade in de longen als bij longemfyseem en chronische bronchitis) worden als meest voorkomende aandoeningen genoemd. Huidaandoeningen zijn veel minder veelvuldig. Onder deze respondenten kwam geen Cystic Fibrosis (taalslijmziekte), sarcoïdose (spontane ontstekingen in weefsels en organen) en acne (jeugdpuistjes). Dit laatste doet iets vermoeden over de gemiddelde leeftijd van de respondenten, maar als gezegd, is daarover geen vraag gesteld.
Wat betreft het aantal aandoeningen lijden verreweg de meeste aan één of een combinatie van twee aandoeningen. 79 respondenten zijn slechts patiënt aan een ziekte aan de luchtwegen, 3 aan enkel de huid en 22 lijden aan een combinatie van beide.
Als gevolg van de halotherapie meldden 34 respondenten de vermindering van het aantal ziektedagen voor hen als niet van toepassing. Zij kwamen ui op 0 dagen vóór en na de therapie. 22 Respondenten hebben de vraag niet beantwoord. Degenen die wel een relevant antwoord aanboden, kwamen uit op een gemiddelde vermindering (d.i. verbetering) van 30,8 dagen. Bijzonder in het oog liepen die vóór behandeling 75 of meer ziektedagen telden. Hun vermindering betrof 98,5 dagen, d.i. een dramatische vooruitgang.
Ook een verminderde gang naar huisarts of specialist is te beschouwen als vooruitgang als gevolg van de halotherapie. Respondenten met frequent bezoek aan de arts (10 bezoeken of meer) telden, na therapie, een gemiddelde afname van 14,9 bezoeken. Treffend is de respondent die vóór therapie 51 bezoeken aflegde en na therapie dat wist in te ruilen voor 1 bezoek.
Bij een totaal van 104 respondenten meldden 34 van hen dat zij verminderd en 23 dat zij de reguliere medicatie helemaal hadden beëindigd ten gunste van de halotherapie. Degenen die gestopt waren leden veelal aan 2 aandoeningen, een enkeling aan 3. Het was daarom ook interessant na te gaan hoe het stond met respondenten die te maken hadden met een combinatie van 3 tot 5 aandoeningen. Zij scoorden met een gemiddelde afname van 58,5 %. Dit is als dramatisch te noteren, ook al betrof het maar 1/8 deel van de totale onderzoekspopulatie.
In vergelijking tot de afname van het aantal ziektedagen scoort de afname van het aantal verzuimdagen met aanzienlijk hogere getallen in het bijzonder waar het de respondenten betrof, die meer dan 75 verzuimdagen telden vóór de therapie. Na therapie bleek voor hen een gemiddelde vermindering van 219 verzuimdagen.
Op de vraag naar verbetering van algeheel welbevinden en verbetering van gezondheid spraken 102 van de 104 respondenten zich positief uit. 1 Respondent ondervond geen verbetering en 1 wist het niet. De grootste categorie respondenten wees op verbetering van het algeheel welbevinden waarnaast vooral het beter kunnen ademen en een betere werking van de ademhalingsorganen tellen.
Ook opvallend is dat bij beantwoording van deze kwalitatieve vraag een aantal respondenten wees op het maatschappelijke nut van de halotherapie versus de reguliere gezondheidszorg (begeleiding door de arts en soms dure medicatie). In maatschappelijke zin is de halotherapie aanzienlijk minder kostbaar hoewel niet vergeten mag worden dat één enkele sessie het niet geringe bedrag van € 25, - kost. 9 Respondenten gaven aan de therapie (te) duur te vinden en pleiten voor vergoeding door de ziektekostenverzekeraar.
Aanbevelingen
Met de resultaten van dit, in eigen beheer gedane, onderzoek zou een nieuw en methodisch meer verantwoord onderzoek gedaan kunnen worden met inachtneming van de academische regels zo dat de resultaten daarvan vakmensen op het gebied van volksgezondheid (werkers in de gezondheidszorg, beleidsmakers bij het openbaar bestuur en bestuurders van de zorgverzekeraars) kunnen overtuigen.
Met de resultaten van dit onderzoek maar nog meer met die van een vervolgonderzoek zou een maatschappelijk (o.m. via de media) debat geïnitieerd kunnen worden waarbij de halotherapie, als vormgegeven bij Haloclinic Nederland, als bevorderend voor de gezondheid én kostenbesparend voor de samenleving gepresenteerd wordt.
Daarnaast verdient het aanbeveling een kwaliteitsonderzoek te doen plaatsvinden naar de professionele normen die de Haloclinic hanteert voor haar specifieke, uit Oost Europa en Israël geïmporteerde, werkwijze (verstuiving van fijnmazige zoutpartikels) opdat, binnen het veld van de alternatieve gezondheidszorg opdat certificering en daarmee normstelling in de optiek van medici, beleidsmakers en samenleving plaats kan plaatsvinden.
Zaandam, 6 november: Ran Derei en Stan Baars
Conclusie HaloClinic Nederland
Deze HaloClinic-enquête is een eigen, niet-representatief halotherapie onderzoek uit 2017, zonder controlegroep. Het document beschrijft de ervaringen en resultaten die deelnemers zelf rapporteerden. Wie meer wil weten over zoutkamer onderzoek, leest verder bij het latere onderzoek van VU Amsterdam, de wetenschap achter halotherapie en de verzamelde studies. Ervaringen halotherapie van cliënten staan bij ervaringen. De aandoeningen uit de enquête vindt u bij astma, COPD, bronchitis en emfyseem, bronchiëctasieën, bijholteontsteking, hoesten, hooikoorts en allergieën, eczeem en psoriasis, of in het overzicht van aandoeningen.
